Burn Out.

  1. Burn-Out: wat is het?

    Burn-Out = is gezondheidscrash op fysiek, mentaal, emotioneel en sociaal vlak als gevolg van Stress.

    burnout-mind-body-social

1.1) Fysiek – Lichamelijk (Hardware):

Stress = Angst => Wekt Lichamelijke Reactie op = Vechten of Vluchten => “stresshormonen”

Adrenaline : spanning spieren + korte ademhaling + zweten + verhoogde hartslag = “shotje coke”

Norepinephrine : verhoogde alertheid (neurotransmitters) – meer bloed naar de huid om snel te reageren op alles

Cortisol: zorgt ervoor dat al je andere lichamelijke functies op “stroomgenerator” draait (vochtbalans, hartritme, spijsverteringstelsels, beenderen, libido, groei,…)

Deze hormonale werking is evolutionair bedoeld voor levensreddende reacties op korte termijn (vb. aanval leeuw) => Survival & snel aanpassingsvermogen!

Where is the catch?

Opbouw van adrenaline en Norepinephrine duurt slechts een halfuur – afbraak 2 tot 3 dagen & is afkick!

Opbouw cortisol duurt een halve dag en stopt vanzelf na een aantal dagen

Bij lange duur van Stress werken deze hormonen tegen ons eigen lichaam!

Het fysieke systeem kent geen verschil tussen “stress voor leeuw” of “stress voor deadline”

Na verloop van tijd wordt cortisol niet meer aangemaakt en begint het lichaam effectief ziek te worden in alle organen die niet aangespoord worden door adrenaline.

En adrenaline zorgt op zijn beurt voor het stress-gevoel en zo kom je in een vicieuze cirkel terecht.

chronic-stress-diagram

1.2) Mentaal/Emotioneel (Software – persoonlijkheid):

Trigger/Oorzaak = Stress = Emotie = Angst!

Emoties = fysiologische reacties op situaties en/of gedachten waarin men zich bevindt

Angst is een emotie die bij elk individu de machteloosheid opwekt (= doodsbedreiging) en als emotionele reactie op machteloosheid komen dan meestal alle varianten van “vechten” of “vluchten”.

Indien deze emoties zich niet kunnen vertalen in een concrete daad/handeling die een verschil maakt, blijft de machteloosheid en krijg je een gelijkaardige emotionele vicieuze cirkel als bij de fysieke adrenaline-werking.

De ene persoon is de andere niet (niveau van het individu)

Emoties zijn op zichzelf ook triggers naar het onder/onbewuste systeem in de persoonlijkheidsstructuur die bij elk individu het eigen “copingmechanism” aanspreekt.

De A-types met copingmechanismes als over-achievers, perfectionisten, people pleasers, … kortom de “beste” medewerkers zijn er het meest gevoelig aan!

Het hele proces naar de crash toe gaat ook gepaard met herkenbare emoties.

HOOP ——– (MACHTELOOSHEID) ——FRUSTRATIE ——- WOEDE ——–  APATHIE

4-faces-of-adrenal-burnout-blue

    1. 1.3) Sociaal/Omgeving: “It is never just the workplace”

      De sociale & omgevingsfactoren zijn ruimer dan de werkplek.

      De stress-triggers komen meestal uit verschillende domeinen tegelijk om tot de adrenaline-overdrive te komen: 

      * Relatie (vb. echtscheiding of andere problemen)

      * Gezin (vb. geboorte kinderen, ziektes, de vele “deadlines” voor schoolagenda’s)

      * Familiaal (vb. sterfgevallen, degeneratieve ziektes bij oudere generaties, etc…)

      * Vrienden en kennissen (vb. geen tijd meer om ermee af te spreken of geen solide connecties)

      * Werkplek : deze factoren triggeren allemaal de machteloosheid : 

Rol van de andere medewerkers

Geen visie of richting (management)

Politieke spelletjes of sabotage

Te grote nadruk op Return On Investment

Onethische of Illegale vragen

Gebrek aan resources

Zwak Leiderschap

Gebrek aan interesse

Zwakke Communicatie

Te hoge werkdruk

  1. Levensduur” van een Burn-Out

2.1) Crash : gemiddeld 9 á 12 maanden

12-fases-in-burnout

    1. Herstelproces: kan tot 2 jaar duren (volledig herstel)

      adrenal_fatigue_crash_acrc_adrenal_crash_and_recovery_curve

  1. 1 Million Dollar Question: Hoe kan je het oplossen?

    approach-to-managing-stress

Doordat Burn-out zijn oorzaak vindt in de doorwerking van stress op multi-niveau

FYSIEK/LICHAMELIJK + MENTAAL/EMOTIONEEL + SOCIAAL/OMGEVINGSFACTOREN

dient “de oplossing” ook gezien te worden als een multidisciplinaire en relationele aanpak.

Multidisciplinaire aanpak:

3.1) Ideeën omtrent mogelijkheden op de werkvloer om de fysieke/biologische werking van stress te verminderen = Preventief, pro-actief & Reactief

* een work-outruimte (yoga, fitness, zumba,…)

* Water & thee ipv koffie en frisdranken

* de groene groenten, noten en fruit zijn stressreducerende voeding

* ademhalingstechnieken zoals bv buikademhaling halen het stressniveau op een paar minuten tijd naar beneden

* maar ook structureel/strategisch in team-samenstelling denken aan de biologische afbraaktijd van de stresshormonen (bv. Afwisseling deadline-werken met research & development? )

    1. Ideeën voor de invdividuele (mentaal/emotioneel) aanpak:

    • Awareness: informatiesessies om inzicht te krijgen in wat Burn-Out is. Kan ook helpen om de sociale cohesie te versterken door jezelf en je collega’s te ondersteunen en mekaar te helpen herkennen als er zich signalen manifesteren = Preventief

    • Bij het zien van signalen (hetzij door de woede, hetzij door de graad van “vermoeidheid” en ziekte) of van zodra je medewerker door de arts thuis werd gezet, kan je ook de optie bieden dat je medewerker zijn/haar weg vindt naar een coach/therapeut/psycholoog om bewust te worden van de eigen onbewuste copingmechanisms om anders met die stress te leren omgaan

      = Pro-actief of Reactief

    • Individuele en flexibele aanpak in adult-adultverhouding bij de reïntegratie van de medewerker na burnout. Indien de medewerker inzichten heeft opgedaan en die geïnternaliseerd heeft, zal deze vaak nieuwe keuzes maken, duidelijker grenzen stellen en specifieker communiceren. Dit vraagt van de werkgever dan ook weer flexibiliteit en aanpassingsvermogen = Reactief

    • Bij terugkeer en reïntegratie van de medewerker is machteloosheid het laatste waar enige partij baat bij heeft. De medewerker op zijn eigen wensen en grenzen wijzen en vragen om een dialoog is een betere aanpak dan een kant-en-klaar pakketje “ter bescherming” = Reactief

      1. Sociale/Omgevingsfactoren op de werkvloer

* Durf de menselijkheid niet uit het oog te verliezen: het leven van de medewerkers verandert ook = preventief

* Durven in kaart brengen welk stressniveau het werk & de werkcontext met zich mee brengt (vb. Change? Deadline-werken? Overnames? Leiderschapsstijlen? Gebrek aan Resources? …) = preventief en pro-actief

Dare to choose Seminarie van Lef Now

 Als Froggy Coach op Dare to Choose Seminarie – 22 april 2016

dare to chose

Als verhalende coach, en als mens, zoek ik geregeld naar opportuniteiten om de batterijen eens op te laden. Je weet wel, die voeding en zuurstof voor het hoofd, het hart en de ziel waar je energie en inspiratie uit put om te connecteren en verder te schrijven aan je eigen verhaal.  Als coach help ik anderen om hun verhaal te lezen, te (her)schrijven, en als mens hoop ik tot het einde van mijn dagen mijn eigen verhaal te mogen vervolledigen.  Mijn inspiratie en zuurstof haal ik dan natuurlijk uit…  inderdaad: verhalen.

Afgelopen vrijdag bevond ik mij dus op zo een “vertel”evenement, wat ik persoonlijk altijd dacht dat een seminarie hoort te zijn. Puur instincief had ik mij hiervoor ingeschreven. Dat de organisatrice, Cathy Camertijn, zichzelf gezwind voorstelt als “Droomversneller” zat er zeker voor iets tussen. Duidelijker kan een functieomschrijving niet zijn, me dunkt! De combinatie van “Dare to Choose” als titel samen met deze droomversnellende insteek, deed een verwachting ontluiken waar ik niet kon aan weerstaan.

Die verwachting was ook best wel spannend, want ik moet zeker toegeven dat ik evenzeer ervaring heb opgedaan met dergelijke “nieuwigheden” die een bepaalde kant kunnen opgaan… toch?  Ik voelde bij mezelf eerlijkheidshalve een mix van enerzijds weerzin -leunend bij de angst dat een “droomversnellend event” misschien gepaard kan gaan met verplichte blote voeten of een sessie om de chakra’s aan te boren of zoiets dergelijks.  Anderzijds voelde ik hoop. Hoop op, tja,… “eens iets anders” mét behoud van warme voeten.

Bij aankomst werd al snel duidelijk dat enige weerzin absoluut overbodig was. Geen megalomane zaal, geen maatpakjes, geen high-tech networking programma die het laat afweten bij platte batterijen. Wél naamkaartjes bij onze voornaam, wél een simpele connecterende insteek zijnde “stel gewoon de vraag naar iedereen zijn/haar droom” en last but not least wél het onberoerd laten van schoenen en chakra’s. Ik dronk mijn eerste koffietje met een zucht van opluchting en een extra wolkje hoop.

Cathy opende de voormiddag met een veelbelovend droommenu en introduceerde zo haar gastsprekers: Isabelle Hoebrechts (CEO van Institute of Neurocognistivism), Bart Indesteege (zaakvoerder van Katalpa en bedenker van het Life Mastery-concept), Cathy Camertijn herself (Bezieler van Lef Now, Droomversneller en initiator van dit seminarie), twee interviews met Gina De Groote (oprichter van Change Magazine) en Wouter Danckaert, om dan af te sluiten met de Energy-booster en Enthousiasme coach Johan Driessens. Als je een paar seminaries attendeert, besef je dat het alvast eens “anders” is met dit soort evenwicht aan mannelijke en vrouwelijke sprekers.

Een volgende hoop is dan, zoals hun respectieve titels beloven, dat het gaat het om kleppers. Om kanonnen in hun eigen respectieve werkdomein, die hun mannetje en vrouwtje weten te staan.  En ja, ook die hoop kon ab-so-luut aangevinkt worden met een dikke, vette “check”!

Maar de reden waarom de bedoelde inspiratie nog dagen na datum kan doorwerken is dan waarschijnlijk toch de inhoud van hun verhalen.  En niet te onderschatten: het LEF waarmee ze die vertelden!

094800759738b0199e2bd68164950740

Ondanks hun mogelijkheid en reeds lang verworven authoriteit om hun kanonnen te showen, … dit deed eigenlijk geen van hen. Hun grootsheid en schoonheid kwam net veel krachtiger als een kanon binnen doordat ze het lef hadden om, zonder enige spotlights en hun publiek in de ogen kijkend, simpelweg hun verhaal of verhalen te vertellen. Elk verhaal uiteraard anders, maar tegelijk waren er zeer krachtige gelijkenissen.

Voorbeelden van die weerkerende thema’s zijn: het lef dat je moet hebben om je gevoel te horen; de evidentie van de (angst)emoties die gepaard gaan met het soms “springen” in je leven; over hun definitie van succes als het hele plezierhebbende proces naar het doel toe dan het behalen van dat doel an sich. Of de zo herkenbare uitdagingen (lees: beperkende opmerkingen) die je kunt te horen krijgen door je omgeving als je durft spreken over je dromen, enzovoort…

Dankzij hun lef om daar zo open over te praten, maakte dat de sfeer, stemming, energie -hoe je het ook noemt- de hele dag zo kon groeien dat je als “dromer” kon connecteren met die kanonnen, die kleppers! Een bewijs voor de kracht van authentiek story-telling even terzijde gelaten, zag ik alvast mijn hoop op “dat iets anders” meer dan ooit ingevuld worden. De inspiratie kan en mag dieper gaan op deze manier, alsook de enthousiaste confrontaties met je eigen belemmeringen en excuses. Niets doet afbreuk aan hun voorbeeld, maar hun verhaal wordt tastbaar, herkenbaar, voelbaar en beleefbaar voor je eigen dromen.

En wat zijn dromen anders, dan de bron voor je eigen verhaal?

courage1

Dare to Choose seminarie wordt tweemaal per jaar georganiseerd door Cathy Camertijn (www.lefnow.com).  En ik kan dit seminarie alleen maar aanraden aan iedereen die op zoek is naar inspiratie en zijn of haar eigen droom!

 

 

Code Rood. Wanneer woede op de deur klopt.

Als coach, en als mens, zie ik het als mijn taak om de waaier aan emoties goed te kunnen doorgronden en te aanvaarden om ze ook -met liefde- te kunnen (h)erkennen en verwelkomen wanneer ze komen kloppen tijdens gesprekken. Wat mij opvalt, is dat er een aantal emoties behoorlijk vlot aanvaard worden en toegelaten worden om die ter sprake te brengen en daar iets mee te doen. Bijvoorbeeld verdriet, pijn, angst, ontgoocheling, verwarring, enzovoort. Maar er is ook die groep emoties die een pak minder verwelkomd en aanvaard wordt, met misschien als winnaar van die groep: Woede.

Elke persoon, elk individu, heeft zijn eigen verhaal wat ik reeds in On Narratives aangehaald heb. Dit heet het identiteitsnarratief dat de vormelijke eigenschappen aanneemt van een verhaal: het is lineair opgbouwd en er worden oorzakelijk verbanden gelegd om retrospectief een verduidelijking of een verklaring te destilleren over de identiteit. Dat verhaal speelt zich af op 2 fronten: enerzijds is er het verhaal/het narratief over de externe ervaringen (je plaats in de familie, je jobervaringen – denk nog maar aan de opbouw van een CV-, je relaties, je vriendschappen, je hobby’s, je persoonlijke overwinningen, je falingen, enzovoort) ; anderzijds heeft elk ook zijn verhaal over de interne leefwereld (de drijfveren, de emoties, de gevoelens). Op onbewust niveau, organiseert de mens via de structuur van het verhaal zijn/haar leefwereld -extern én intern- om die wereld op die manier te begrijpen en te controleren.

Maar net zoals het met scenario’s gaat, hebben we ook de neiging om, dat wat niet zo mooi past of onszelf nu niet direct als “mooi” naar voren brengt, die dingen te herschrijven. Er van uit gaande dat iets censureren ook een vorm van “herschrijven” is.

In onze scenario’s kiezen we liever om de spotlights te richten op de mooiste kant van bepaalde medailles: we willen begripvol zijn, we willen vergevingsgezind zijn, we willen evenwichtig zijn, we willen innerlijke rust vinden, we willen liefdevolle mensen zijn, we willen kunnen ‘loslaten’, we willen anderen het beste gunnen, … we willen onszelf graag zien.  Hoe mooi en duidelijk deze wensen en aanwezige eigenschappen ook mogen zijn, er wordt té zeer gezwegen over die emoties die er onlosmakelijk mee verbonden zijn. In die zin, dat deze wensen eigenlijk al een antwoord , een keuze tonen van emoties/gevoelens die simpelweg de andere kant van de medaille zijn: onbegrip, wrok, vol tegenstrijdigheden, onrust, haat, verbittering, jaloezie … woede. Waarom hebben we het eigenlijk zo moeilijk met die donkere kant van de medailles?

426276_518652714829739_662700781_n

Of het nu cultureel bepaald is, of gewoon simpelweg gezond verstand, of we ergens in het Land-van-Ooit de kracht van deze emoties ervaren hebben, er is een duidelijke reden waarom de spotlights op die ene kant van die respectieve medailles gericht wordt. We wéten dat wat we ‘donkere kanten’ noemen, onze leefwereld extern en intern zouden verwoesten. Die ‘donkere emoties’ met woede op kop houden inderdaad de belofte in van een woestheid. Woede verraadt een kracht die ook in ons zit, een kracht die agressie kan worden. En daar hebben we simpelweg angst voor. Ik denk dat wij als mensen vooral een angst hebben voor onze eigen potentie tot agressie. En vanuit die angst, worden de medailles bijna dwangmatig zo mooi mogelijk voorgehouden. Hoe mooi en goed het gewenste eindresultaat duidelijk verwoord wordt, het gaat hem net over de manieren waarop deze dan nagestreefd worden dat voor problemen kan zorgen.  Namelijk die angst voor dat “potje woede” en de dwangmatigheid om dat “potje dicht te houden”.

stopDit kan dan voor problemen zorgen, zoals overal waar je je laat leiden door deze of gene emotie. Daarbovenop zijn angst en dwang nu ook niet de meest bevrijdende van de hoop. Emoties zijn nu eenmaal ook maar wat ze zijn: die komen en die gaan. Het is nooit de bedoeling dat die emoties jou gaan leiden. Het is ten allen tijde de bedoeling in je persoonlijke groei om die tools te ontwikkelen die je in staat stellen je emoties te leiden, oftewel te managen. Dus, zo ook wanneer die woede komt kloppen.                           Want ze zal best wel eens op die deur kloppen.

Of je woede zal voelen door een extern iets of iemand, of door een interne herinnering aan een trauma of een interne dialoog, die woede is van jou. En woede is een emotie die zeer herkenbaar is door bijkomende fysieke eigenschappen: het brengt namelijk de energiehormonen op gang (Adrenaline en Noradrenaline)… Dezelfde hormonen dus die wij ook voelen bij angst én bij agressie (overlevingsinstincten Vechten of Vluchten). Kunst is dus om hiermee te leren omgaan, zonder dat die hormonen ons overmeesteren.

Wij hebben als mens drie manieren/tools om met deze woede om te gaan:

Ofwel kunnen we woede/kwaadheid uitdrukken. Hiermee wordt dan bedoeld dat we op een assertieve manier (in tegenstelling tot een agressieve manier) die kwaadheid te uiten.  Ofwel kunnen we die onderdrukken om deze daarna om te vormen en te heroriënteren. Het goede hieraan is dat er een manier gezocht wordt om de kracht van deze emoties te hertalen/herschrijven naar meer constructief gedrag als antwoord op het potentieel van agressief gedrag, wat destructief is. Het gevaar echter van deze reactie is dat als het niet op een andere manier tot expressie kan komen, dan kan die woede intern gekeerd worden en oorzaak zijn voor spanning, hoge bloeddruk en depressie. Andere tekenen aan de wand van niet behandelde onderdrukte woede kunnen zijn: stijve nek, tandenknarsen, misselijk worden, … Onuitgesproken woede veroorzaakt ook andere problemen, die veeleer te voelen zijn voor je omgeving (relaties): passief-agressieve uitlatingen, het veelvuldig gebruik van de humorvorm cynisme (bitterheid), of na verloop van tijd kan je zelfs als vijandig overkomen.                                                                                                                                                     En als laatste kunnen we ook inwendig fysiek terug kalmeren. Hierbij kunnen we dan leren focussen op ons extern gedrag en de biologische kennis van wat woede teweegbrengt om dan tot rust te komen via de ademhaling, even afstand creëren, de adrenaline “eraf lopen”.

In (mijn) prakijk  merk ik echter dat deze drie manieren op zich fantastisch zijn als tool om de leefwereld zo aangenaam mogelijk te maken of te houden. In die zin dat deze drie omgangsvormen met woede alvast veel gezonder zijn, dan wanneer de agressie van die emotie jou overneeAnger-Quotes-188mt en je zou toeslaan op je omgeving. Maar er is daarom nog geen sprake van aanvaarding of laat staan, “lossen” van woede, die nu eenmaal wel in je zit. Wie dat graag gelooft, wil vasthouden aan de mogelijkheid van de shortcuts. Ik weet echter niet of dat kan lukken in het leven. Moet er immers niet eerst een “vastpakken” zijn voor je kan “loslaten”?

 

anger-is-emotion

Ik denk dat het geheim erin ligt om, naast een van de drie bovenstaande manieren, je woede even vast te pakken op een moment dat je niet prioriteit moet geven aan die leefwereld, maar aan jezelf. Je woede is van jou, die is ok. Er is ook een reden waarom je woede voelt. Deze leren benoemen voor jezelf betekent dus ook iets van jezelf leren erkennen, zonder veroordeling. Want misschien heeft woede zijn eigen bestaansrecht? Misschien is het de sleutel om totnogtoe ongedefinieerde angsten te kunnen achterhalen? Het is pas als je die interne dialoog durft aan te gaan, dat je heel wat informatie over jezelf te weten komt die veel constructiever kan zijn in de opbouw van een liefdevolle relatie met jezelf. En met anderen.

Rood is de kleur van agressie en passie. Rood is ook de kleur van de Liefde.

Ben je klaar voor Rood?

 

Als het eens even niet lukt…

Ik denk dat velen het (her)kennen. Die momenten -meestal na een geweldige boost in groei, in positieve emoties, in inzicht of in geslaagde doelen- enfin, die momenten waarin het ineens allemaal ook even stopt! Het kan zijn dat je midden in al die groei en leuke dingen ineens ziek wordt, fysieke of emotionele pijn voelt, of dat je ineens gewoonweg terug door het bos de bomen niet meer ziet. We zouden er echt alles aan doen om die momenten zo lang mogelijk weg te wuiven.  Maar door een of andere vreemde zin voor humor zal het meestal gevolgd worden door nog een paar dagen van ogenschijnlijke tegenslag en rommel tot je eindelijk op het punt komt dat je eens goed in- en uitademt en tegen jezelf zegt: “Het lukt hier niet.”

72fd2021325db755f74202817ee1f938

 

Dan nog maar te zwijgen over de emoties die daarbij komen kijken en waar we zeker nog het liefst over willen zwijgen. Als we die emoties überhaupt al onder ogen willen komen.

Want ook al lijkt het onschuldig, we zeggen tegen onszelf eigenlijk letterlijk dat “het” niet gelukt is.

 

 

Deze week heeft dat woord mij even aan het denken gezet.

Het is een fascinerend woord eigenlijk: “gelukt”! Of beter gezegd “niet-gelukt”…

Het blijkt toch 2 betekenissen in te houden: enerzijds betekent het “geslaagd”, anderzijds zit dat woord “geluk” er letterlijk integraal in. Maar dan begint het.

Het lukt niet, maar we zeggen nooit “het” slaagt niet.  Neen, we zeggen “ik ben niet geslaagd”. En of we nu willen of niet, het tegenovergestelde van slagen is “falen”… Dus wanneer “het” even niet lukt, voelen we als mens diep vanbinnen misschien toch wel dat “wij” aan het falen zijn…

Anderzijds houdt het woord geluk in gelukt dan weer eerder een situatie in, waaraan we overgeleverd zijn.  Waar de wispelturigheid van het Lot (of wat ook) enig geluk heeft omgebogen naar ongeluk.

In het kader van dit “onderzoek” ben ik dan naar de emoties gaan kijken die tijdens zo een periode de revue passeren. Hoe langer die momenten van niet-lukken duren en volledig onafhankelijk van de reden waarom, kreeg ik te kampen met emoties van: Ergernis, Faling en zijn siamese tweeling faalAngst, Zelfveroordeling, Machteloosheid, Frustratie, Kwaadheid, Vechtlust… enfin, een hele resum waarmee er te kampen was. En dat dus bovenop de effectieve “mindere” periode.

Nu even serieus: waar zijn we mee bezig?

Als coach word ik uiteraard geconfronteerd met de realiteit dat fantastische mensen door dergelijke momenten en bijhorende emoties gaan. Maar een dergelijke week zelf nog eens meemaken helpt enorm om nederigheid te blijven voelen voor wie hier door gaat. En eens stil te staan bij wat kan helpen om deze momenten te aanvaarden, zonder meer.  Er is geen sprake van een examen, het enige duidelijke doel is dat iedereen zijn eigen gelukkig leven wil maken. Wij zijn mensen en kunnen onmogelijk in een continuum leven van een “up”, het leven op zich is een continuum van “up & down”, zoals golven.  Ook in de down leren we zoveel over onszelf. Vooral hoever we staan met onze zelfliefde.

quotes_about_acceptance

Dus, ik herschrijf simpelweg die ene zin die het nog moeilijker maakt “het lukt niet” naar “het gaat gewoon even niet”. Als het niet gaat, blijft de belofte van continuïteit maar kan en mag het tempo gerust even stoppen. Als het niet gaat, kan “het” gerust gaan zitten, gaan liggen, stoppen of zelfs achteruit gaan.

Als je ziek bent moet je eerst genezen, als je pijn hebt moet je die eerst doorvoelen en laten wegebben, als je het bos door de bomen niet meer ziet, moet je eerst rusten om dan met een nieuwe blik te kijken of je het terug kunt zien.  Eerst aanvaarden en dán pas kan je weer vooruit. Maar vooruit zal je gaan. Alleen, ietsje later.

Adem in… Adem uit…

c1e6207c02d907ee1d66837e498a4473Het is heel fascinerend om te zien hoe mensen een eerste gesprek voeren in coaching. Ik geloof oprecht dat iedereen wel eens een moment in zijn of haar leven krijgt, waarop alles zo op losse schroeven lijkt te staan dat een tijd van reflectie, bewustwording en het formuleren van een eigen en beter aanvoelende toekomst als een verademing komt.  Dit is letterlijk te nemen: want met “hoe” doel ik op het te vaak voorkomend gebrek aan die oh zo noodzakelijke kwalitatieve ademhaling.

In een artikel kon ik laatst lezen hoe een Nederlandse arts zijn patiënten letterlijk de vraag stelde “hoe ver adem je?” Waarna hij met een meetlat toonde bij het inademen van zijn patiënt tot waar de zuurstof kwam.  Vaak mat hij dan slechts een 2-tal cm, tot aan het strottenhoofd wat wijst op een zeer snelle en oppervlakkige ademhaling.  Ik vond het frappant om dit te lezen, want wij staan er echt niet meer bij stil.
tumblr_mcr2ietm441ribhi6o1_500

In situaties van paniek, angst, stress beschikt ons lichaam over zoiets wonderlijks als adrenaline.  Die dient om ons lichaam -en dus daarmee ook onszelf- in staat te stellen te overleven in extreem bedreigende omstandigheden (een aanval van een willekeurige mammoet zo je wil).  Die adrenaline zorgt ervoor dat wij die oppervlakkige ademhaling gaan aannemen wat ervoor zorgt dat ons hart veel harder zal pompen om zuurstof en bloed overal in ons lichaam te krijgen om ons lichaam voor te bereiden op een eventueel gevecht of vlucht.  In beide gevallen staan de spieren gespannen zonder enige vorm van work-out, werkt het pijnverdovend zodat je ondanks eventuele letsels toch kunt blijven vluchten of vechten, voel je geen slaap en al je zintuigen én je besluitvormingscompetenties werken aan een snelheid die je versteld doen staan van jezelf.  Kortom, het is een van de meest fascinerende en strafste drugs die ons lichaam zelf aanmaakt om te winnen van die vermaarde mammoet.  Niets minder dan een supermens-boost.

Hoe levensnoodzakelijk deze adrenaline ook is, dit biedt slechts een kortstondige meerwaarde om te overleven.  Kwalitatief leven komt met het broertje van adrenaline: Cortisol.  Deze brengt het lichaam opnieuw in rust, terug in balans zo je wil, waarbij de eventuele opgelopen wonden gevoeld worden zodat ze echt kunnen aangepakt en genezen worden, brengt de ademhaling terug tot rust en nodige diepte zodat alle organen zuurstof krijgen, de hartslag kalmeert zodat je ook terug diep kunt slapen en komen je hersenen opnieuw  tot rust zodat niet elke sensatie (wat je hoort, ziet, voelt, ruikt, smaakt) even radicaal en bewust verwerkt moet worden.  En in tegenstelling tot neem nu een impala, vergeet een mens ook niet direct wat er gebeurd is en moet dat even verwerkt worden.  Het enige minpuntje aan deze cortisol is: die heeft tijd nodig.  Zo lang als dat de hele opbouw voor adrenaline moest duren, zo lang duurt ook de afbouw.

Mammoeten zijn er intussen lang niet meer.  Kortstondige levensbedreigende situaties waarvoor die adrenaline dient, komen voor de meesten onder ons -gelukkig- niet direct in onze leefwereld voor.  Denken we.  Typisch aan de tijd waarin wij nu leven, is zeker niet de mammoeten, maar wel het tempo.  De hoeveelheid aan indrukken die wij op 15 minuten te verwerken krijgen is te vergelijken met wat een Middeleeuwer gemiddeld op 35 jaar te verwerken kreeg.  Denk eens aan alle beslissingen die je op je fiets of in je wagen hebt moeten nemen om veilig op je werk aan te komen tijdens een willekeurige ochtendspits? Om nog maar te zwijgen over wie een job uitoefent waar je een kick haalt uit deadlines (what’s in a name).  Jaja, die kick? Wat is dat anders dan die adrenaline “supermens-boost”, denk je?   Om nog maar te zwijgen over de verwachtingen, of liever eisen, die we onszelf opleggen het liefst nog in de vorm van concrete doelen met concrete deadlines zoals bijvoorbeeld de invulling als ouder, het in vorm houden van ons lichaam, de rol die we wensen te vervullen voor een partner of vrienden en ga zo maar door.  Hoe doen we dit allemaal? Wij gebruiken onze supermens-drugs elke dag opnieuw.

En vaak komen we ineens op een punt, een momentum, in ons leven dat we onszelf bevinden voor de kip-of-het-ei dillemma.  Wat was er eerst: de “levensbedreigende situatie” die de adrenaline opwekt, die op zijn beurt de korte ademhaling opwekt? Of ademen we intussen al zo een lange tijd zelf zo oppervlakkig dat wij op ons beurt de adrenaline in stand houden? Er is simpelweg geen tijd meer voor het lieve broertje cortisol om zijn werk te doen: het gezonde bio-avondeten moet op tijd klaar zijn voor de kids, die intellectuele film moet gezien worden en de wekker bepaalt wanneer wij uitgeslapen moeten zijn om weer een nieuwe dag vol deadlines te halen.  Met andere woorden: wij passen de helft (enkel de adrenaline, niet de cortisol) van een korte-termijn-wondermiddel toe op lange termijn.

Hoezeer je ook in staat bent superprestaties te verwezenlijken dankzij die korte ademtechniek, net zoals alles bij te langdurig en overmatig gebruik komen er neveneffecten bij kijken: gevoelens van angst, moeite om in te slapen en bijgevolg oververmoeidheid, en simpelweg een gebrek aan zuurstof in al je organen waardoor die niet altijd optimaal kunnen werken en we soms ziek worden.

In coaching is het de bedoeling dat de coachee in zijn/haar volle potentieel kan staan en die beslissingen kan nemen die voor hem/haar een verhoogde levenskwaliteit opleveren.  In welk compartiment van het leven zich het doel ook bevindt (zelfontplooiing, het gezin, de job, de sociale omgeving of de familie waaruit men komt),  de attitudevorming om op een andere manier beslissingen te nemen kan zeker ondersteund worden door een coach.  Het gaat dan namelijk om de shift van keuzes maken vauit de overlevingsmodus naar keuzes maken vanuit rust en volle potentieel.  Deze relatief simpele verandering in aan te boren bron zorgt al snel voor een voelbare verandering in de uitkomst of “behaalde resultaten” zo je wil.

361746

Het allereerste en tegelijk allergrootste geschenk dat iemand zichzelf kan geven is die zuurstof .  Door traag en diep in te ademen tot in je middenrif of zelfs tot in je buik voed je al je organen.  En nog belangrijker is ook om even zolang uit te ademen. De fysieke kwalitatieve zuurstof is de premisse voor elke metaforische zuurstof waarmee ik datgene bedoel wat jou als mens mentaal en emotioneel doet ademen en leven!

The Sacred Gift

Isn’t it about time to start considering research on Intuition?

intuition-quotes-6After writing my blog on narratives, I started reading a lot on storytelling (personal & corporate), as well as on identity narrative and so on. The whole idea why my literate journey is going that way I think is because I’m completely intrigued with the power of our intuition. What is the link between them you might ask? Well, I’m starting to get a grasp on that one. However, any research on intuition is very limited, let alone any literature on it… My question is: isn’t it about time?
Why? You might ask. Well, the more I coach people, the more I’m simply experiencing that as a coach it is not really up to me to find the right questions for the coachee, but merely to get the coachee in touch with his or her intuition and that the right questions come from there. Whether it is about more psychological issues, or about professional issues, it actually works for any issue. The ‘bad’ or ‘insecure’ feeling a person might have disappears as soon as that question coming from intuition is asked out loud.

After some communication with Mike Lehr (renowned President at Omega Z Advisors in US and author of ‘The Feminine Influence in Business’) we started emailing and this is what he thought of intuition: At least initially it seems our intuition prompts us in specific directions. As it develops, it begins to tell us things. Intuition is very much the problem solving “engine” of our unconscious. In this sense, intuition is to our unconscious as cognition is to our conscious. In many ways, our intuition is the first awareness we have that our unconscious is trying to speak.

And I completely agree with him on that. But we have to consider the psychological traits of narrative to be able to start grasping what our unconscious is trying to say, since the narrative is maybe the bridge between the unconscious and our conscious. It is through the story features that the uncomprensible unconscious becomes comprehensible.

The challenge for me as a coach is to scratch the surface to get to that intuition where the right question is and probably the answer already with it. How many people haven’t you heard saying: “at some level I always knew this”?

The anwer or some sort of “action plan” to deal with these intuitive questions come with a whole new range of questions, uncertainties, challanges etc but more on the cognitive level. And actually that is where the truly fun part of coaching starts where it doesn’t take long to see major progressions in achieving goals and level of happiness of the coachees.

So, again, I wonder why this problem solving “engine” isn’t worth the time, the effort or the seriousness for scrutiny, since any problem solving trait has always proven its worth in personal, creative & business problems? 

On Narratives

untold storyAt this point in my coaching practice, as well as in my own personal experience, I am dealing a lot lately with what I call “The Narrative”. Well, I’m not the only person who uses this term of course, since The Narrative Paradigm is a communication theory proposed by 20th century philosopher Walter Fisher and has been adopted and adapted in behavorial psychology, social psychologiy, psychoanalysis and in anthropology.

The first time I was tought about this theory was when I studied anthropology. To be short, Anthropologists study several systemic features of human beings (for example: behaviour, belief systems, social systems, etc.) trying to determine whether there is such a thing as (sub)culture and if so, what the features might be to determine why an invidual is seen as part of that culture or not. It might seem silly reading this, since the differences between cultures or between individuals for that matter is what we all experience and encouter practically every day. But if you start to really think about it, there is nothing quite tangible out there, is there? It is not that there are two behaviours to pick up and put under a microscope to compare with each other.

As an anthropologist, or pscyhologist, you are bound to start your investigation to find a comprehensible theory by communicating with the subjects, which are people.

And that is where the narrative paradigm kicks in, which states that the narrative is any verbal and nonverbal interpretation which is arranged logically to generate a meaning. And since it is basically human nature to survive reality by giving meaning to it, we are all determined by this narrative. This mechanism can clearly be seen in psychoanalysis for instance. We all tell our life stories in a way that impressive happenings or traumatic events in our pasts or our challenges and experiences in the present and the hopes and fears for our futures become a cohesive entity. The story has to provide us with structure by making causal, intentional, temporal and spatial connections. Every time something new happens, this personal story gets represented and reproduced. “Everybody’s gotta story” is really true.

In Anthropology this mechanism is also seen on a larger scale. There are such things as cultural narratives or beliefs narratives. For example, if a Chinese tourist asks a 20-year old young student in Ghent what he should visit or experience to understand the Belgian culture, this young man will most likely tell that Chinese to visit the Medieval fortress, the kathedral with the Van Eyck Altar, eat French fries -which are not French but very Belgian- and go to a typical local pub to drink at least 5 top beers. Reality however is that the chances are 10 to 1 that that young student has got his bike stolen at the walls of that fortress, has never set foot in any church, is a vegan and also drinks only non alcoholic drinks. So the question is where do these kind of “too typical” answers come from? It’s an example of cultural narrative. So every culture, every beliefsystem, every individual, every subculture (by which I also refer to company culture) has a narrative. A story in which past, present and future are told by means of important events, meaningful challenges, certain values, core features.

An anthropologist is rarely interested in that narrative, he wants to get beyond that narrative. So, next question is, how?

The anthropoligist/psychologist/sociologist is tought not to narrow any investigation down to interviews, since this is the true playground of the narrative. He or she has to do field work as well, which means: looking at the actions. What is really going on, taking into account that the scientist is bound by his own narratives as well. Very more often there is a discrepancy between what is seen and the narrative, but what many scientists have experienced is that when the narrative is being questioned, that narrative will be defended. In comparison to the narrative in psychoanalysis, as the human condition to make sense of the self, the identity, that is also true for the social and cultural narrative, as a means to make sense of ones position in the world in comparison to ‘the other’. Belonging to a certain social group or culture is a very important human survival feature, to make sense of one’s ‘self’ and of ‘the other’.

What gave me food for thought is that there was never the question whether these discrepancies were merely… lies. It seems that when it comes to the discrepancies between the narrative and acutal handlings, people do not see it as lies. There isn’t any moral conclusion in any scientific research concerning these narratives. I figured at that time that since they are one of the most important survival features of human kind to try to make sense of the world, there is no need for that, is there?

Well it was not until it popped up again in pscyhoanalysis that I gave this question a linguering second thought. I have learned that someone’s narrative can in fact be a lie in order to abuse or manipulate another person for his or her own benefit. And in order for that to be possible, the listener has got to have one typical feature: the lack of ego. When the listener has no ego, another person’s narrative can (I emphasize can, since manipulative features are at hand too) get internalised by the listener. Leaving the listener with a loud interpretation of reality by the narrator combined with still a sense of the own experience (intuition maybe?) of that reality but because of the lack of ego is not capable of seeing clear boundaries between the narrative of the self and the narrative of the other. In short, I have learned that the narrative is one of the tools in pscyhological abuse as well, and in order for it to work you only need a listener with a poorly developed ego. For the listener (or victim), reality itself becomes a blurry unreliable thing because any own experiences and possible own narratives (as a survival mechanism to make sense of the world as I pointed out earlier) get over written as it were by the narrator. So there are two different realities to deal with instead of one. If this happens for a longer period in time, the physiological symptoms people encounter are very similar to or even the same as what doctors call burnout these days. This is of course enlarged in the example of dishonest abuse, but I can’t help but starting to see some kind of link here.

Coming from anthropology, any group of people that wants to define itself within the rest of the world, can be seen as a subculture. Companies, large or small, can be seen, studied and understood as entities with different formations, structures, business models, marketing models, company values, by which they define themselves in comparison to the other (competitors). Henry Mintzberg studied the several different company features and doing so, did this in a very anthropological way I found. In his book “Mintzberg on Management” he talks about 7 possible configurations in which companies can be organised, dependant on what the goal of that company is (for example GOOGLE is organised differently than an IKEA and they on their turn can hardly be compared to an art galary). Which means that all companies all over the world are in some way a copy of the same 7 possible configurations. Since that would be the worst possible marketing pitch imaginable, companies are bound have a narrative. That is easy to find: every company website states its mission, its values, its goals, the features they are looking for within applicants, etc… The applicants reply on their part with their narrative (application letter, job interview, …).

And here the anthropological issue is at hand again. In those companies where such a thing as company culture is a core value in itself, an applicant will be judged by having those cultural features or not. Again, it is not something you can ever find under a microscope as evidence… it is merely something you feel if you were ever in the position of hiring people. So you kind of have a mechanism of two narratives wanting something from the other. Which means there are actually only two options to go. It is, as it were, or you have a person with a well developed ego (which is a subconscious feature) that at first sight smoothly fits into the narrative, or it can be a person with a poorly developed ego who can at first sight smoothly internalise the wanted narrative. In the long run I believe reality will strike, by which I mean that the discrepancies between what is said in the narrative and what is actually experienced cannot and will not stay unnoticed. The person with the ego (personal boundaries) will contest that and that will provide any management with many questions how to deal with that (for example: conflict management, dealing with feedback, ego management, talent management, etc…). The person however without ego, or a poor one, will find himself with an internalised narrative on top of his own (however limited) intuitive interpretation of reality confronted with the fact that this narrative is hardly comparable to reality. I wonder if absenteeism and burnout could be linked with this idea?

Although I stated earlier that people are determined to defend the narrative, I know for a fact that personal narratives (inforced by the self or by the other) can be torn down in order to reveal possible discrepancies with intuition and reality. NLP (neurolinguistical programming) for example is the new hottest thing in Coaching Land, where it is key to redefine the narrative to open up to new possibilities and new angles while looking at the same reality. But it seems that it is only being questioned on a very individual and personal level and mostly after a crisis of some sort has occurred.

I really wonder what the outcome could be if companies would be able to question their narrative once in a while? Could it be an option to avoid crises even? Could it mean just the slightest adaptation in the many theories on talent management, ego management, or even just management in general? I wonder.

The saddest thing in life is wasted talent

Dit zal waarschijnlijk een van de belangrijkste axioma’s zijn waarmee ik zelf ben opgegroeid.  Een uitspraak die zozeer gebald is, en bijna dwingt tot een “akkoord” dat je niet anders kan dan ervoor te zorgen dat je enerzijds enig Talent hebt en anderzijds daar ook iets mee doet.  Niet in het minst voor wie bijvoorbeeld op zoek is naar een job wordt met het woord Talent om de oren geslagen.  Of ben ik de enige die zich soms aan het hoofd krabde hoezeer ik mij diende aangesproken te voelen door wie op zoek is naar: “m/v-met-Talent”?

Het lijkt in dit axioma alvast een evidentie om een Talent te hebben.  En bij het bekijken van de vele vacatures, lijkt het ook een evidentie wat ermee gedaan wordt.  En toch stel ik mezelf al jaren de vraag wat er eigenlijk precies mee bedoeld wordt.  Niet alleen per definitie (“wat is talent?”), maar bovenal : wat moet je ermee?  Heeft iedereen een Talent? Kan iemand ook meerdere Talenten hebben? Is het iets wat je hebt of eerder verwerft? Kan Talent ontwikkeld worden en zo ja, hoe dan? Heeft een Talent een intrinsieke waarde of hangt de waardering van Talent af van een concreet resultaat? … 

about talent

Een minimum aan research over de definitie toont al dat er al een historisch/culturele ontwikkeling is in hoe Talent gedefinieerd wordt.  Een eerste definitie van talent is deze: “Vroeger werd ervoor gedacht aan personen aan de top van een bedrijf of personen die daarnaar opklimmen.  En dit wordt in meer hedendaagse visies aangevuld met “nu wordt het breder bekeken: talenten zijn capaciteiten waardoor iemand een wezenlijke invloed heeft op de huidige en toekomstige prestaties van een bedrijf“.  Mij lijkt deze definitie van Talent samen te vallen met een evidentie in positieve prestatie volgens de normen van een bedrijf. Is Talent te zien of te begrijpen als een capaciteit ten voordele van de bedrijfsprestaties?

Een andere definitie zegt dan dat Talent… “…vertegenwoordigt de sterkte van een persoon en vloeit voort uit de verbindingen die in de hersenen gevormd worden tijdens een vroegere levensfase, voor de tienerjaren. Volgens Gallup kunnen deze verbindingen en sterktes (talenten) niet geleerd worden in latere levensfases.” (Echols, 2007) “Talent wordt omschreven als een persoonseigenschap die in de juiste context snel kan leiden tot bezieling en duurzame excellente prestaties.” Volgens deze definitie gaat het om een persoonseigenschap, iets wat deel uit maakt van een persoonlijkheid die dan weer afhankelijk is van “een juiste context” om tot bloei te komen.    Is Talent te zien of te begrijpen als iets wat intrinsiek in een persoonlijkheid aanwezig is, die los van een context staat, maar waarbij de kans op excellente presentaties samenhangt met “een juiste context”?  Ik zie hierin niet alleen een contradictie in de definities, maar ook in de respectieve implicaties wat je er mee doet/moet.

In de eerste definitie schijnt de verantwoordelijkheid voor “het Talent” volledig in handen van de “Talenthouder” te liggen: van zodra er aanwijsbare prestaties ten voordele van een bedrijf te vinden zijn, zal je Talent erkend worden.  Dit lijkt me ook in te houden dat wat je talent dan blijkt te zijn, afhankelijk is van wat de prestatie is.  Een persoonlijke bedenking van mijnentwege hierbij is vooral dat ik ervan overtuigd ben dat er zeker ook excellente prestaties kunnen behaald worden mits een minimum aan inzicht en hard werken.  En een tweede bedenking is dat een bedrijf je sowieso aanwerft voor een specifieke functie, waarbij de verwachte prestaties in je functieomschrijving staan.  Enige aftoetsing en/of erkenning van een prestatie als talent is per definitie al beperkt tot dat kader.  Als “de Talenthouder” heb je je aan dat kader te houden, jij moet zelf een vertaling zien te maken van wat je kan naar de waarden van het bedrijf toe en het bedrijf zelf zal het al dan niet erkennen.  Dit vraagt een eerder receptieve managementstijl voor wie “Talent” in zijn team te (h)erkennen heeft en zie ik vertaald in de vorm van het jaarlijkse beoordelingsgesprek in een meer hiërarchische structuur.  Veel bedrijven werken volgens deze definitie en er zijn legio voorbeelden dat het op zijn minst soms wringt.  Hetzij bij “de Talenthouder”, hetzij bij “de Talent(h)erkenner”.

De tweede definitie -Talent als persoonseigenschap- lijkt daarentegen een gedeelde verantwoordelijkheid te impliceren.  Hierbij is het de verantwoordelijkheid van “de Talenthouder” om zijn/haar persoonseigenschappen te kennen.  Maar aangezien dat zo natuurlijk aanvoelt voor elk individu als ademen, impliceert dat alvast enige tijd en energie aan zelfreflectie en zelfanalyse om daaruit een intrinsiek talent te destilleren.   Deze visie versterkt ook de piste dat iedereen wel een talent heeft, ook al ben je je er niet van bewust.  Het al dan niet tot uiting en prestatie komen van dit intrinsieke talent hangt daarentegen samen met “een juiste context“. Dit houdt dus in dat een bedrijf niet meer -maar ook niet minder- wordt dan een context die juist kan zijn … of niet.  De verantwoordelijkheid dat een bedrijf -als context- dan heeft is mee bekijken of dit voor een specifiek talent al dan niet juist is met eventueel de mogelijkheid tot flexibiliteit in de beoordeling van de behaalde prestaties.  Dit vraagt een totaal andere, meer proactieve of interactive managementstijl bij de Talent(h)erkenner, die meer gestoeld is op een gelijkwaardige relatie.  De Talent(h)erkenner heeft als job die “juiste context” te bieden en “de Talenthouder” moet zijn talent willen inzetten en versterken (bijkomende opleidingen en ervaringen).  Ook deze piste zorgt in de praktijk voor menig uitdaging.

Er is misschien geen juist/fout in deze, want haalt elke prestatie/elk bedrijf zijn marktwaarde/meerwaarde echt uit Talent?  Maar wie “voor akkoord” wenst te tekenen bij het axioma, heeft zelf minstens een paar antwoorden te zoeken.

“Practice what you preach”

Ik mag zeggen dat ik momenteel een heel fascinerende periode beleef waarin ik vele zaken “voor het eerst” doe en het schrijven van deze blog is daar één van.  Het is bijna een maand nu dat ik mezelf “zelfstandige coach” mag noemen.  Een eigen zaak dus, zo vers dat ik zeker moet toegeven dat de spanning en de rush nog dagelijks door mijn lichaam gieren.  Maar ik geniet.

Mensen coachen als idee, als concept, is iets wat organisch gegroeid is en nog volop aan het groeien is.  Ik coach intussen al een tijdje en het talent dat ik in mijn praktijk over de vloer krijg, heeft me heel vaak gemotiveerd om die mensen bij te staan in hun evolutie richting authenticiteit en vaak wordt dat uiteindelijk vertaald naar een of andere vorm van statutaire zelfstandigheid (in bij- of hoofdberoep).  Maar hoe kan je het als coach écht doorvoelen en ervaren wat het inhoudt, tenzij je het gewoon ook zelf doet? Et voila!

Welke obstakels en uitdagingen zorgen er toch zo voor dat een uitspraak als “ik geef mijn voltijdse goedbetaalde zekere job op om mijn eigen ding te doen” toch vaak zorgt voor reacties met opengesperde ogen en ingehouden adem? Wat betekent dat eigenlijk? Gaat het om gefundeerde voorkennis dat het product (in dit geval mentale coaching) écht door niemand zal gewenst worden? Of gaat het eerder om plaatsvervangende (faal)angst? Wat het ook moge zijn, denk niet dat deze onzekerheden er geen deel van uitmaken.  Maar gewapend met business plans, de vele steunmaatregelen, de vele instanties die starters bijstaan voor alle administratie, krijg je alvast alle mogelijke antwoorden op de concrete vragen.

Voor enige feedback en aftoetsing bij het omgaan met de emoties die erbij komen kijken, het maken van de vele keuzes die de waarden uitstralen waarwoor je wil staan en het niet kunnen wachten tot je nog meer mensen/klanten kunt begeleiden en inspireren op basis van ervaring… Tja, daarvoor kan ik zeker eens een goed gesprek met een coach gebruiken!

http://www.froggycoaching.be

%d bloggers liken dit: